Het kan ook zijn dat de belegger een grote koersbeweging in een fonds verwacht, maar niet weet welke kant op. Daarom anticipeert hij op een flinke koersdaling of stijging. Stel dat de koers van Elsevier momenteel € 14,00 is en de belegger koopt een twee verschillende opties: een calloptie en een putoptie met dezelfde afloopmaand en uitoefenprijs:
| Kopen | 1 put ELS/jul/14 à € 1,10 |
| Kopen | 1 call ELS/jul/14 à € 1,10 |
| Totale investering | € 2,20 |
Er is dus sprake van een relatief grote investering, maar met deze strategie kan er geprofiteerd worden van een daling en van een stijging. Er moet echter wel sprake zijn van een flinke koersbeweging om de aankoopkosten te compenseren. Als het aandeel in waarde stijgt dan gaat de calloptie geld opleveren, maar de putoptie wordt waardeloos. Dit moet dus gecompenseerd worden door de waardestijging van de calloptie. Omgekeerd kan natuurlijk ook het geval zijn met een stijgende waarde van de putoptie. Deze stijging moet dan het verlies op de calloptie compenseren. Het maximale verlies wordt bereikt bij het geheel gelijkblijven van de koers; in dit geval dus € 14,00.