Opties zijn effecten, net als bijvoorbeeld aandelen en obligaties. Je kunt een optie als volgt definiëren:
Een optie is het recht gedurende een vastgestelde periode een hoeveelheid
onderliggende waarde te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde
prijs.
Wanneer je een optie koopt op de optiebeurs, krijg je hiermee een recht
iets te kopen of te verkopen tegen een vooraf afgesproken prijs. Dit iets
is meestal een aantal aandelen, maar kan bijvoorbeeld ook een bedrag aan
dollars, goud of obligaties zijn. De periode waarin je dit recht hebt,
is ook van tevoren afgesproken, bijvoorbeeld tot oktober van het volgende
jaar. Met de koop van een optie krijg je een recht, maar je bent niet
verplicht iets te kopen of te verkopen.
Er zijn twee soorten opties:
Een calloptie geeft het recht iets te kopen tegen een bepaalde prijs.
Een putoptie geeft het recht iets te verkopen tegen een bepaalde prijs.
Een van de mogelijkheden die de optie een belegger biedt, is het kunnen inspelen op een verwachte stijging of daling van een aandeel. Een voorbeeld om dit te verduidelijken:
Stel dat je een calloptie Philips oktober met uitoefenprijs € 40,- hebt gekocht.
Dit betekent dat je tot en met oktober 100 aandelen Philips voor €
40,- per stuk mag kopen. Deze optie heb je op de beurs gekocht voor
€ 300,-. Is in oktober de prijs van een aandeel Philips gestegen
naar € 50,- en jij hebt het recht 100 aandelen voor € 40,-
te kopen, dan maak je bij het uitoefenen van het kooprecht dus een
winst van: 100 x (€ 50 - € 40*) = € 1.000,-.
De aankoopprijs van de optie was € 300,-.
Dus
€ 1.000 - € 300 = een winst van € 700,-.
* € 50 is de huidige koers van Philips en € 40 is de koers waarvoor jij mag kopen.)
Je mag die 100 aandelen € 1000,- goedkoper kopen dan de beurswaarde en je hebt hier in het verleden maar € 300 voor betaald. Je maakt dus een winst van € 700!
De putoptie werkt omgekeerd: je koopt een recht om te mogen verkopen. Je kunt door het kopen van een putoptie verdienen aan een koersdaling!
Weer een voorbeeld om dit duidelijk te maken:
Stel dat je een putoptie ABN-AMRO januari met uitoefenprijs € 50,- hebt gekocht voor € 400,-. Dit houdt in dat je 100 aandelen ABN-AMRO tot de afloopdatum in januari mag verkopen voor € 50,-. Is het aandeel ABN-AMRO in januari maar € 43,- waard, dan is de optie geld waard. Jij mag met de putoptie de aandelen immers verkopen voor € 50,-.
De optie heeft dan dus een waarde van: 100 x (€
50 - € 43) = € 700,-
Je kosten waren: € 400,-.
Dus is je winst is € 700
- € 400 = € 300.
Je hebt met de putoptie het recht de aandelen
te verkopen voor € 50,-. De optie is nu € 7,- x 100 = €
700,- waard, en je hebt er maar € 400,- voor betaald.
Behalve om te kunnen inspelen op verwachte dalingen en stijgingen van bijvoorbeeld een aandeel, kun je de optie nog voor veel meer dingen gebruiken. Zo kan iemand die aandelen bezit waarop opties in de notering zijn, putopties gebruiken om zich te beschermen tegen een eventuele koersdaling van zijn aandelen. Ook kun je de optie gebruiken om de aankoopprijs van aandelen op termijn vast te leggen of om de aankoopprijs van aandelen te verlagen. Daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput. Meer mogelijkheden vindt je bij de optiestrategieen.
Zoals je ziet is de optie een veelzijdig instrument.