Bij de koop van een calloptie heb je, zoals we eerder zagen, het recht gekocht de onderliggende waarde voor een bepaalde prijs te kopen en bij een putoptie het recht deze onderliggende waarde voor een bepaalde prijs te verkopen. Nu hoef je hiervan niet per se gebruik te maken, want het is een recht en geen plicht.
Als je een optie hebt gekocht dan mag je deze:
Koop of verkoop je de aandelen voor de prijs waarop je met je optie recht hebt, dan noemen we dit het uitoefenen van de optie. De optie houdt dan op te bestaan en jij mag zelf de onderliggende waarde kopen of verkopen.
In plaats van gebruik te maken van het recht dat je hebt met een optie, kun je de optie ook doorverkopen op de optiebeurs. Iemand anders neemt dan jouw recht over en jij ontvangt de optiepremie.
Heb je een calloptie op aandelen met uitoefenprijs € 32,50 en kost het aandeel op de beurs maar € 31,00, dan heeft het geen zin deze optie uit te oefenen. Je zou dan meer moeten betalen voor de aandelen dan de beurskoers en verlies lijden. Blijft deze situatie zo tot de expiratie, dan oefen je deze optie niet uit en verdwijnt zij op de expiratiedatum. Je laat, om het in optietaal te zeggen, de optie aflopen of expireren.