Onderwerpen

Inleiding opties
Wat zijn opties
Opties waarop?
Wat kun je met een gekochte optie doen?
Standaardisatie
Stijlen
Koper en schrijver
Gedekt en ongedekt schrijven
Prijsvorming

Standaardisatie

Zoals we hebben laten zien bij de voorbeelden, gaat het bij een aandelenoptie om 100 aandelen. Om er voor te zorgen dat er makkelijk in opties is te handelen, zijn er namelijk afspraken gemaakt. De optie is gestandaardiseerd. De standaardisatie betreft de volgende zaken:

De hoeveelheid onderliggende waarde

Een op de optiemarkt van Euronext Amsterdam verhandelde aandelenoptie heeft in principe betrekking op 100 aandelen. Zo zijn er bij andere opties ook vaste hoeveelheden waar de optie betrekking op heeft. Deze vaste hoeveelheid noemen we de contractgrootte.

De uitoefenprijs

Als een aandeel bijvoorbeeld € 60,- noteert, dan zijn er call- en putopties met bijvoorbeeld de uitoefenprijzen (€) 55, 57,50, 60, 62,50 en 65. Bij een verandering van de koers van de onderliggende waarde kunnen er nieuwe optieseries met andere uitoefenprijzen bijkomen. Stel dat in dit geval het aandeel stijgt naar bijvoorbeeld € 65,-. Er zullen dan, naast de andere uitoefenprijzen, opties komen met uitoefenprijzen 67,50 en 70.

De looptijd

De looptijd is de periode tot de expiratiedatum, waarop de optie afloopt.

Opties lopen altijd af op de derde vrijdag van de maand. Deze dag noemen we de expiratiedag, of kortweg expiratie. Een januari-optie expireert dus op de derde vrijdag van januari. Na de expiratie introduceert men nieuwe optieseries.

Een voorbeeld van de introductie van opties:
Bij een nieuw optiefonds introduceert men in januari de volgende optieseries :
- 3-maandsopties die in april aflopen,
- 6-maandsopties die in juli aflopen
- 9-maandsopties die in oktober aflopen.
In april lopen de 3-maandsopties af. Er zijn dan dus nog 3-maandsopties juli en 6-maandsopties oktober. Men introduceert in april dus 9-maandsopties januari. In juli verdwijnt weer een 3-maandsserie en komen er 9-maandsopties april in de notering. Zo komen er alleen nog maar eens in de 3 maanden nieuwe 9-maandsseries. De meeste optieseries expireren dus in de maanden januari, april, juli en oktober. We noemen dit de JAJO-cyclus, naar de eerste letters van de maanden. Daarnaast komen er op de grootste fondsen elke maand 1- of 2-maandsopties in de notering. Dan zijn er ook nog langlopende opties van 5 jaar die elk jaar in oktober expireren (en opnieuw in de notering komen). Alle opties in hetzelfde fonds, met dezelfde uitoefenprijs en dezelfde looptijd noemen we een optieserie. Bijvoorbeeld de serie ING/oktober/60,-. Dit is de optie op aandelen ING met afloopmaand oktober en uitoefenprijs € 60,-. Deze onderdelen van het recht zijn gestandaardiseerd om verhandeling van de optie zo gemakkelijk mogelijk te maken. Op de optiebeurs onderhandelt men alleen over de premie van de optie. De prijs van de optie is altijd de premie maal de contractgrootte. Als de premie van de aandelenoptie € 2,30 is, dan betekent dit dat je 100 x € 2,30 = € 230,- voor de optie moet betalen.