De prijs van een optie is afhankelijk van diverse factoren. We laten je dit zien aan de hand van een voorbeeld. Het aandeel Ahold heeft op een bepaald moment een beurskoers van € 30,-. Een calloptie met uitoefenprijs € 25,- geeft het recht de aandelen te kopen voor op dat moment € 5,- minder dan de beurskoers. De waarde van de optie is dan in ieder geval € 5,-. Deze waarde noemen we de intrinsieke waarde:
Aandelenprijs
€ 30,-
Uitoefenprijs calloptie € 25,-
Intrinsieke waarde optie € 5,-
Een putoptie heeft intrinsieke waarde als de uitoefenprijs van deze optie hoger is dan de beurskoers:
Koers aandeel |
Intrinsieke waarde putoptie met uitoefenprijs
30 |
Intrinsieke waarde calloptie met uitoefenprijs
30 |
| 28 | 2 | 0 |
| 29 | 1 | 0 |
| 30 | 0 | 0 |
| 31 | 0 | 1 |
| 32 | 0 | 2 |
Een optie kan in-the-money, at-the-money en out-of-the-money zijn:
Heeft een optie intrinsieke waarde, dan is de optie in-the-money.
De optie heeft een uitoefenprijs die ongeveer gelijk is aan de beurskoers. De optie heeft dan geen intrinsieke waarde.
Ook nu heeft de optie geen intrinsieke waarde en ligt de beurskoers beneden de uitoefenprijs van de optie (bij een calloptie) of boven de uitoefenprijs bij een putoptie.
We nemen als voorbeeld een aandeel met een koers van € 40,-:
Uitoefenprijs calloptie |
Uitoefenprijs putoptie |
|
| In-the-money | 35 | 45 |
| At-the-money | 40 | 40 |
| Out-of-the-money | 45 | 35 |
Gedurende de looptijd van een optie verandert dit natuurlijk geregeld.
Vooral een optie die een uitoefenprijs heeft die dichtbij de huidige beurskoers
van de onderliggende waarde ligt, kan het ene moment at-the-money zijnen
het andere moment weer out-of-the-money of in-the-money. Naast intrinsieke
waarde heeft een optie ook tijd- en verwachtingswaarde.
Een calloptie Koninklijke Olie met uitoefenprijs € 55,- heeft bij
een koers van Koninklijke Olie van € 60,- een intrinsieke waarde
van € 5,-. Stel dat de koers van deze optie op een gegeven moment
€ 6,20 is, dan is de resterende € 1,20 de tijd- en verwachtingswaarde:
Prijs optie € 6,20
Intrinsieke waarde € 5,00
Tijd- en verwachtingwaarde
€ 1,20
De belangrijkste factoren die invloed hebben op de tijd- en verwachtingswaarde zijn:
Volatiliteit is de beweeglijkheid van de prijs van de onderliggende waarde. Hiervoor gebruikt men ook wel de Engelse term volatility. We nemen als voorbeeld weer aandelen. De volatiliteit van een aandeel is de mate waarin de koers verandert. Is de koers van een aandeel het hele jaar hetzelfde gebleven, dan is de volatiliteit dus 0. Verandert een aandeel elke dag sterk van koers, dan is de volatiliteit hoog. Sommige aandelen, zoals aandelen in de technologiesector, maken vaak grote koerssprongen en hebben dus een hoge volatiliteit. Bedrijven in bijvoorbeeld de voedselindustrie daarentegen hebben een redelijk stabiele koers en dus een lage volatiliteit. Bij een aandeel met een hoge volatiliteit hebben opties die out-of-the-money zijn meer kans in-the-money te raken omdat de onderliggende waarde grotere koerssprongen maakt. Hetzelfde geldt voor at-the-money opties. Opties op aandelen met een hoge volatiliteit zijn om deze reden duurder dan opties met een lage volatiliteit.
Hoe langer de looptijd van de optie, des te meer kans dat de optie intrinsieke waarde krijgt of dat deze waarde nog toeneemt. De looptijd is dus van belang voor de prijs van de optie. Van twee dezelfde opties met gelijke uitoefenprijs, maar met verschillende looptijden, zal de optie met de langste looptijd (bijna) altijd duurder zijn.
De rentestand is ook een factor die de koers van een optie beïnvloedt. Om dit uit te leggen moeten we weer even terugkomen op de market makers. Zij zorgen ervoor dat er altijd handel mogelijk is en treden daarom soms als tegenpartij op. Nu kan het gebeuren dat veel beleggers callopties willen kopen. Als er te weinig beleggers zijn die callopties willen schrijven, dan zal de market maker zelf callopties moeten schrijven. Dit is hij immers verplicht omdat er beleggers willen kopen. De market maker heeft dan een bepaalde hoeveelheid callopties geschreven. We zeggen dan dat de market maker een positie heeft ingenomen. Om nu te zorgen dat hij deze positie gedekt houdt, zal hij de aandelen moeten kopen en hiervoor zal hij meestal geleend geld gebruiken. Hoe hoger de rente, hoe hoger de kosten van dit geleende geld en dus stijgt hierdoor de prijs van de optie.
Ook de dividenden van de onderliggende aandelen zijn van invloed op de prijs van de optie. Bij dividenduitkering zal het aandeel in waarde dalen. De prijs van een calloptie zal dan ook dalen. Aangezien een dividenduitkering natuurlijk niet onverwacht komt, houdt men hier al lang rekening mee. Een calloptie daalt dus niet in waarde als dividendbetaling plaatsvindt, maar geleidelijk in de weken daarvoor.
Laten we nu eens het verschil tussen koerswinst met aandelen en koerswinst met opties bekijken.
We nemen als voorbeeld het aandeel Hagemeyer.
Op 24 januari 2000 was de koers van dit aandeel € 20,50 en we kochten
er 200. Dit kostte ons € 4.100,- Op 5 juli 2000 is de koers opgelopen
tot € 28,70 en we verkopen de aandelen. Dit leverde € 5.740
op. De behaalde winst is € 1.640,- en het rendement 40%. Hadden we
hetzelfde gedaan met opties, dan zag het plaatje er als volgt uit:
Aankoop 2 calls HGM/OCT2000/20,00 à € 3,70 Het gaat om 200 aandelen dus kopen we 2 calls. 2 x 100 x 3,70 = € 740,-
Door de stijging van de koers van het aandeel Hagemeyer is de optieprijs ook opgelopen en we verkopen de opties: Verkoop 2 calls HGM/OCT2000/20,00 à € 8,80. 2 x 100 x 8,80 = € 1.760,-
De behaalde winst is nu € 1.020,-, maar het rendement is 138%! Dit is de hefboomwerking van opties; met een kleiner bedrag kan het rendement hoger zijn. De winst in euro 's is weliswaar lager, maar in procenten veel hoger. Hierbij moeten we wel voor ogen houden dat als de koers van Hagemeyer niet was gestegen voor oktober, de optie waardeloos zou zijn afgelopen en het gehele geïnvesteerde bedrag was verloren!
Schematisch:
| Aandelen | Opties | |
| Investering | 4.100 | 740 |
| Risico over | 4.100 | 740 |
| Maximale winst | Onbeperkt | Onbeperkt |
| Winst | 1.640 | 1.020 |
| Rendement | 40% | 138% |
| Tijdsduur | Onbeperkt | De looptijd |
Het rendement kan met opties dus veel hoger zijn dan bij aandelen, maar het risico is ook groter omdat de kans bestaat dat de optie aan het einde van de looptijd waardeloos afloopt.